Bijsluiter - Xeomeen®

Bijsluiter: Informatie voor de gebruiker
XEOMEEN 100 eenheden poeder voor oplossing voor injectie
Clostridium Botulinum neurotoxine type A (150 kD), vrij van complexvormende proteïnen
Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u.
  • Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.
  • Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
  • Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.
  • Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
Inhoud van deze bijsluiter
  1. Wat is XEOMEEN en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
  2. Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
  3. Hoe gebruikt u dit middel?
  4. Mogelijke bijwerkingen
  5. Hoe bewaart u dit middel?
  6. Inhoud van de verpakking en overige informatie

1. Wat is XEOMEEN en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
XEOMEEN is een geneesmiddel dat de spieren ontspant.
XEOMEEN wordt gebruikt voor de behandeling van de volgende aandoeningen bij volwassenen:

  • ooglidspasmen (blefarospasme)
  • draaihals (torticollis spasmodica)
  • toegenomen spierspanning/ongecontroleerde spierstijfheid in armen of handen na een beroerte
    (spasticiteit van de bovenste ledematen na een beroerte, gepaard gaand met een patroon van een gebogen pols en verkrampte vuist)

2. Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

  • U bent allergisch voor één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6
  • als u lijdt aan een gegeneraliseerde stoornis van de spieractiviteit (bv. myasthenia gravis, syndroom van Eaton-Lambert)
  • als u een infectie of ontsteking heeft op de voorgestelde injectieplaats.
    Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
    Bijwerkingen kunnen voorkomen door verkeerd geplaatste injecties van Botulinum neurotoxine type A en daarbij tijdelijk dichtbijgelegen spieren verlammen. Er zijn zeer zeldzame gevallen gerapporteerd van bijwerkingen die gerelateerd kunnen zijn aan de verspreiding van Botulinum toxine verder van de injectieplaats (bv. extreme spierzwakte, slikproblemen of per ongeluk inslikken van eten of drinken in de luchtwegen). Patiënten die de aanbevolen doses ontvangen kunnen extreme spierzwakte ervaren.
Als de dosis te hoog is of de injecties te frequent kan het risico op antilichaamvorming verhoogd zijn. Antilichaamvorming kan het falen van de behandeling met Botulinum toxine type A veroorzaken, ongeacht de reden van gebruik.
Praat met uw arts voordat XEOMEEN wordt gebruikt:
  • als u aan enig type bloedingsstoornis lijdt
  • als u middelen krijgt die voorkomen dat uw bloed stolt (coumarine, heparine, acetylsalicylzuur,
    clopidogrel)
  • als u lijdt aan een uitgesproken zwakte of een afgenomen spiervolume in de spier waar de injectie
    in wordt gegeven
  • als u lijdt aan amyotrofische laterale sclerose (ALS°, die kan leiden tot algeheel verlies van
    spierweefsel
  • als u lijdt aan een ziekte die de interactie tussen de zenuwen en de skeletspieren verstoort
    (perifere neuromusculaire disfunctie)
  • als u slikproblemen heeft of heeft gehad
  • als u in het verleden problemen heeft gehad met injecties van Botulinum toxine type A
  • als u binnenkort geopereerd wordt.
    Herhaalde injecties met XEOMEEN
    Wanneer u herhaalde injecties met XEOMEEN heeft gehad, kan het effect toenemen of afnemen. Mogelijke redenen hiervoor zijn:
  • uw arts kan een andere procedure volgen bij het bereiden van de oplossing voor injectie
  • een ander interval tussen de behandelingen
  • injecties in een andere spier
  • een marginaal variërende werkzaamheid van de werkzame stof van XEOMEEN
  • non-response/falen van de therapie gedurende de behandeling.

Als u lichamelijk niet actief was gedurende een lange periode, moet u uw lichamelijke activiteiten na injectie met XEOMEEN weer geleidelijk aan opstarten.
Raadpleeg uw arts of roep onmiddellijk medische hulp in als u het volgende ervaart:

  • problemen met ademhalen, slikken of praten
  • netelroos, zwellingen waaronder zwellingen in het gezicht of hals, piepende ademhaling,
    duizeligheid en kortademigheid (mogelijke symptomen van ernstige allergische reacties)
    Ooglidspasme (blefarospasme)
    Praat met uw arts voordat XEOMEEN wordt gebruikt, als u:
  • een oogoperatie heeft ondergaan. Uw arts zal dan bijkomende voorzorgsmaatregelen nemen.
  • een verhoogd risico heeft op het ontwikkelen van een ziekte met de naam nauwe
    kamerhoekglaucoom. Door deze ziekte kan de druk in het oog toenemen, wat kan leiden tot een beschadiging van de oogzenuw. Uw arts weet of u hiervoor een verhoogd risico hebt.
    Tijdens de behandeling kunnen in de weke delen van het ooglid kleine puntbloedingen ontstaan. Uw arts kan dit beperken door op de plaats van injectie onmiddellijk zachte druk uit te oefenen.
    Nadat u een injectie met XEOMEEN in uw oogspier is toegediend, kan uw knippersnelheid afnemen. Dit kan leiden tot een te lange blootstelling van het transparante voorste deel van het oog (cornea). Deze blootstelling kan leiden tot een beschadiging van het oppervlak en een ontsteking (corneale ulceratie).
    Draaihals (torticollis spasmodica)
    Na de injectie kunt u lichte tot ernstige slikproblemen krijgen. Dit kan leiden tot problemen met de ademhaling en u kunt een hoger risico hebben op het inhaleren van vreemde stoffen of vloeistoffen. Vreemde stoffen in uw longen kunnen een ontsteking of een infectie (pneumonie) veroorzaken. Indien
nodig zal uw arts u hiervoor een speciale medische behandeling geven (bv. in de vorm van kunstmatige voeding).
Slikproblemen kunnen tot maximaal twee tot drie weken na de injectie aanhouden, maar van één patiënt is bekend dat dit vijf maanden aanhield.
Toegenomen spierspanning/ongecontroleerde spierstijfheid in armen en handen na een beroerte (spasticiteit van de bovenste ledematen na een beroerte)
XEOMEEN kan worden gebruikt om een toegenomen spierspanning/ongecontroleerde spierstijfheid in delen van de bovenste ledematen, bv. uw elleboog, onderarm of hand. XEOMEEN is effectief in combinatie met de gebruikelijke standaard behandelmethoden. XEOMEEN moet tegelijkertijd met deze andere methoden worden gebruikt.
Het is onwaarschijnlijk dat dit middel het bewegingsbereik van gewrichten zal kunnen vergroten, wanneer de omliggende spieren de mogelijkheid tot strekken hebben verloren.
Kinderen en jongeren tot 18 jaar
Geef dit geneesmiddel niet aan kinderen van 0-17 jaar, omdat het gebruik van XEOMEEN nog niet is onderzocht bij kinderen en jongeren tot 18 jaar en daarom wordt afgeraden.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast XEOMEEN nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker.
Het effect van XEOMEEN kan toegenomen zijn door:
  • geneesmiddelen die gebruikt worden om bepaalde infecties te bestrijden (spectinomycine of
    aminoglycoside-antibiotica [bv. neomycine, kanamycine, tobramycine])
  • andere geneesmiddelen die spieren onstpannen (bv. spierverslappers van het tubocurarine-type.
    Dergelijke geneesmiddelen worden gebruikt, bijvoorbeeld, in de algemene anesthesie. Voordat u geopereerd wordt, vertel uw anesthesist als u XEOMEEN heeft gekregen.
    In deze gevallen, moet XEOMEEN met voorzichtigheid worden gebruikt
    Het effect van XEOMEEN kan worden verminderd door bepaalde geneesmiddelen tegen malaria en reuma (bekend als aminochinolines).
    Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid
    Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.
    XEOMEEN mag niet worden gebruikt tijdens de zwangerschap, tenzij uw arts beslist dat de noodzaak en het mogelijke voordeel van de behandeling opweegt tegen het mogelijke risico voor de foetus.
    XEOMEEN wordt niet aangeraden als u borstvoeding geeft.
    Rijvaardigheid en het gebruik van machines
    U dient geen voertuig te besturen of mogelijke gevaarlijke activiteiten uit te voeren als hangende oogleden, zwakte (asthenie), spierzwakte, duizeligheid of gezichtsstoornissen optreden.
    Bij twijfel, vraag uw arts om advies.

3. Hoe gebruikt u dit middel?
XEOMEEN mag alleen worden toegediend door artsen die gepaste specialistische kennis hebben van de behandeling met Botulinum neurotoxine

De optimale dosering en het aantal injectieplaatsen in de behandelde spier moet door de arts individueel voor u worden vastgesteld. De resultaten van de eerste behandeling met XEOMEEN moeten worden beoordeeld en kunnen tot dosisaanpassing leiden totdat het gewenste therapeutische effect is bereikt.
Als u de indruk heeft dat de werking van XEOMEEN te sterk of te zwak is, vertel dit dan uw arts. In gevallen waarbij geen therapeutisch effect wordt waargenomen, moeten andere therapieën worden overwogen.
Ooglidspasme (blefarospasme)
Gewoonlijk wordt de aanvang van het effect binnen vier dagen na de injectie waargenomen. Het effect van elke behandeling duurt gewoonlijk ongeveer 3-4 maanden, dit kan echter ook aanzienlijk langer of korter zijn. Zo nodig kan de behandeling worden herhaald. De aanbevolen startdosering is maximaal 25 eenheden per oog en de totale aanbevolen dosis in follow-up behandelingsessies is maximaal 100 eenheden per sessie.
Gewoonlijk biedt behandeling vaker dan eens per drie maanden geen extra voordeel.
Draaihals (torticollis spasmodica)
Gewoonlijk wordt de aanvang van het effect binnen zeven dagen na de injectie waargenomen. Het effect van elke behandeling duurt gewoonlijk ongeveer 3-4 maanden, dit kan echter ook aanzienlijk langer of korter zijn. Behandelingsintervallen van minder dan 10 weken worden niet aanbevolen. De aanbevolen dosis per enkele injectieplaats is maximaal 50 eenheden en de maximum dosering voor de eerste behandelingssessie is 200 eenheden. Doseringen tot maximaal 300 eenheden kunnen door uw arts worden gegeven in vervolgsessies, afhankelijk van de respons.
Toegenomen spierspanning/ongecontroleerde spierstijfheid in armen en handen na een beroerte (spasticiteit van de bovenste ledematen na een beroerte)
Patiënten meldden de aanvang van het effect 4 dagen na de behandeling. Een verbetering in de spiertonus werd waargenomen binnen 4 weken. Over het algemeen duurde het effect van de behandeling 12 weken. De aanbevolen dosis gaat tot 400 eenheden per behandelsessie. De periode tussen twee behandelingen in moet minimaal 12 weken zijn.
Opgelost XEOMEEN is bedoeld voor injectie in de spier.
Heeft u te veel van dit middel toegediend gekregent?
Symptomen van een overdosis:
De symptomen van een overdosis zijn niet onmiddellijk na de injectie duidelijk en kunnen bestaan uit algehele zwakte, een hangend ooglid, dubbelzien, ademhalingsproblemen, spraakproblemen en verlamming van de ademhalingsspieren of slikproblemen die kunnen resulteren in longontsteking.
Maatregelen in geval van een overdosis:
Als u symptomen van een overdosis ervaart, moet u onmiddellijk contact opnemen met uw arts, apotheker of het Antigifcentrum (070/245.245) of uw familieleden vragen om dit voor u te doen, en moet u uzelf in een ziekenhuis laten opnemen. In dit geval kan gedurende een aantal dagen medische supervisie en ondersteunende beademing noodzakelijk zijn.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.

4. Mogelijke bijwerkingen
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

Bijwerkingen zoals overmatige spierzwakte of slikproblemen worden veroorzaakt door de ontspanning van spieren ver van de injectieplaats van XEOMEEN. Slikproblemen kunnen inhalatie van vreemde lichamen veroorzaken, resulterend in longontsteking, en in sommige gevallen overlijden.
Een allergische reactie kan optreden met XEOMEEN. Ernstige onmiddellijke allergische reacties (anafylaxie) of allergische reacties op het serum in het product (serumziekte), waardoor bijvoorbeeld problemen met de ademhaling (dyspnoe), netelroos (urticaria) of zwelling van de zachte weefsels (oedeem) veroorzaakt worden, zijn zelden gemeld. Sommige van deze reacties zijn waargenomen na het gebruik van conventioneel Botulinum toxine type A complex. Zij traden op wanneer het toxine alleen werd gegeven of in combinatie met andere producten waarvan bekend is dat ze soortgelijke reacties veroorzaken.
Een allergische reactie kan één van de volgende symptomen veroorzaken:
  • moeilijkheden met ademhalen, slikken of spreken vanwege de zwelling van het gezicht, lippen,
    mond of keel
  • zwelling van de handen, voeten of enkels.
    Als u een van deze bijwerkingen opmerkt, neem dan onmiddellijk contact op met uw arts of vraag uw familieleden dit te doen en ga naar de afdeling spoedeisende hulp van het dichtstbijzijnde ziekenhuis.
    Gewoonlijk worden bijwerkingen binnen de eerste week na de behandeling waargenomen en zijn ze tijdelijk van aard. Bijwerkingen kunnen verband houden met het geneesmiddel, de injectietechniek of beide. Bijwerkingen kunnen worden beperkt tot het gebied rond de injectieplaats (bv gelokaliseerde spierzwakte, lokale pijn, ontstekingen, tintelingen (paresthesie), verminderde tastzin (hypesthesie), gevoeligheid, zwelling (algemeen), zwelling van de weke delen (oedeem), roodheid van de huid (erytheem), jeuk, lokale infectie, hematoom, bloeding en/of blauwe plekken).
    De injectie van de naald kan pijn veroorzaken. Deze pijn of de angst voor naalden kan leiden tot flauwvallen of een lage bloeddruk.
    Ooglidspasme (blefarospasme)
    De volgende bijwerkingen zijn gemeld bij gebruik van XEOMEEN:
    Zeer vaak (komen voor bij meer dan 1 op de 10 personen):
    hangend ooglid (ptosis), droge ogen
    Vaak (komen voor bij tot 1 op de 10 personen):
    gezichtsstoornissen, verminderd zicht, dubbelzien (diplopie), verhoogde traanvorming, droge mond, slikproblemen, (dysfagie), hoofdpijn, pijn op de injectieplaats, moeheid, spierzwakte, zwakte van de gezichtsspieren (gezichtsparese), huiduitslag
    Draaihals (torticollis spasmodica)
    De volgende bijwerkingen zijn gemeld bij gebruik van XEOMEEN:
    Zeer vaak (komen voor bij meer dan 1 op de 10 personen):
    slikproblemen (dysfagie)
    Vaak (komen voor bij tot 1 op de 10 personen):
    nekpijn, spierzwakte, pijn van de skeletspieren (myalgie), stijfheid van de skeletspieren, spierspasmen, hoofdpijn, duizeligheid, pijn op de injectieplaats, zwakte (asthenie), droge mond, misselijkheid, verhoogd zweten (hyperhydrose), infectie van de bovenste luchtwegen, licht in het hoofd voelen (presyncope).
Soms (komen voor bij tot 1 op de 100 personen):
spraakstoornissen (dysfonie), kortademigheid (dyspnoe), huiduitslag
De behandeling van een draaihals kan slikproblemen van verschillende ernst veroorzaken. Dit kan leiden tot het inademen van vreemde materialen waardoor een snelle medische ingreep noodzakelijk wordt. Slikproblemen kunnen aanhouden gedurende 2 tot 3 weken na de injectie, maar duurden in een enkel geval tot 5 maanden. Slikproblemen lijken dosisafhankelijk te zijn.
Toegenomen spierspanning/ongecontroleerde spierstijfheid in armen en handen na een beroerte (spasticiteit van de bovenste ledematen na een beroerte)
De volgende bijwerkingen zijn gemeld bij gebruik van XEOMEEN:
Vaak (komen voor bij tot 1 tot op de 10 personen):
hoofdpijn, verminderde of afwijkend gevoel van de huid waaronder het gedeeltelijk verlies van gevoel of gevoel voor hitte (dysesthesie, hypesthesie), spierzwakte, warm gevoel, pijn op de injectieplaats, pijn in de extremiteiten, slikproblemen (dysfagie)
Soms (komen voor bij tot 1 op de 100 personen):
zwakte (asthenie), myalgie
Sommige van deze bijwerkingen kunnen ziekte-gerelateerd zijn.
Ervaring na het in de handel brengen
Er zijn meldingen gedaan van griep-achtige verschijnselen, zoals zwellingen, zwelling van weke delen (oedeem), roodheid, jeuk, uitslag (plaatselijk of over een groot gebied) en ademnood.
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten, Afdeling Vigilantie, EUROSTATION II, Victor Hortaplein, 40/40, B-1060 Brussel. Website: www.fagg.be of patientinfo@fagg-afmps.be
Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

5. Hoe bewaart u dit middel?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de doos en het etiket van de injectieflacon na “EXP”. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.
Ongeopende injectieflacon: Bewaren beneden 25 °C.
Opgelost product: Chemische en fysische stabiliteit bij gebruik is aangetoond gedurende 24 uur bij
2 °C–8 °C.
Vanuit microbiologisch oogpunt moet het product onmiddellijk worden gebruikt. Indien niet onmiddellijk gebruikt, vallen de bewaartijd en -omstandigheden voorafgaand aan het gebruik onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker en mag het product normaal gesproken niet langer worden bewaard dan 24 uur bij 2 °C tot 8 °C, tenzij reconstitutie heeft plaatsgevonden in gecontroleerde en gevalideerde aseptische omstandigheden.
Uw arts mag XEOMEEN niet gebruiken als de oplossing troebel is of zichtbare deeltjes bevat.

 
Voor instructies over het verwijderen, zie de informatie hierover voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg aan het eind van deze bijsluiter.

6. Inhoud van de verpakking en overige informatie
Welke stoffen zitten er in dit middel?

  • De werkzame stof in dit middel is: Clostridium Botulinum neurotoxine type A (150 kD), vrij van complexvormende proteïnen.
    1 injectieflacon bevat 100 eenheden Clostridium Botulinum neurotoxine type A (150 kD), vrij van complexvormende proteïnen. Door de verschillen in de potency test zijn deze eenheden specifiek voor XEOMEEN en zijn ze niet van toepassing op andere preparaten met Botulinum toxine.
  • De andere stoffen in dit middel zijn: humaan albumine, sucrose.
    Hoe ziet XEOMEEN eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
    XEOMEEN wordt geleverd als een poeder voor oplossing voor injectie. Het poeder is wit. Oplossen van het poeder geeft een heldere kleurloze oplossing die geen deeltjes bevat. Verpakkingen van 1, 2, 3, 4 of 6 injectieflacons.
    Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
    Houder van de vergunning voor het in de handel brengen
    Merz Pharmaceuticals GmbH Eckenheimer Landstraße 100 60318 Frankfurt/Main Postfach 11 13 53
    60048 Frankfurt/Main Duitsland
    Telefoon: +49-69/15 03-1 Fax: +49-69/15 03-200
    Fabrikant
    Merz Pharma GmbH & Co. KGaA Eckenheimer Landstraße 100 60318 Frankfurt/Main
    Postfach 11 13 53
    60048 Frankfurt/Main Duitsland
    Telefoon: +49-69/15 03-1 Fax: +49-69/15 03-200
    Nummer van de vergunning voor het in de handel brengen
    BE447235
    Afleveringswijze
    Geneesmiddel op medisch voorschrift.
    Dit geneesmiddel is geregistreerd in lidstaten van de EEA onder de volgende namen:

XEOMIN: Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, IJsland, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk , Zweden
XEOMEEN: België

Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in 12/2015. De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg.
Instructies voor reconstitutie van de oplossing voor injectie:
XEOMEEN wordt voorafgaand aan gebruik gereconstitueerd met natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %) oplossing voor injectie.
XEOMEEN mag alleen worden gebruikt voor de registreerde indicatie voor één patiënt voor één sessie.
Het is de goede praktijk om reconstitutie van de inhoud van de injectieflacon en bereiding van de injectiespuit uit te voeren boven met plastic bekleed papieren doeken, zodat eventueel gemorst product kan worden opgevangen. De juiste hoeveelheid oplosmiddel (zie verdunningstabel) wordt in de spuit opgetrokken.
Na verticale insertie van de naald door de rubberen stop, wordt het oplosmiddel langzaam in de injectieflacon gespoten om schuimvorming te voorkomen. Een 20-27 G naald met afgeronde punt wordt aanbevolen voor reconstitutie.
De injectieflacon moet worden weggegooid als het vacuüm het oplosmiddel niet in de injectieflacon trekt.
Haal de naald uit de flacon en meng XEOMEEN met het oplosmiddel door de injectieflacon zorgvuldig te zwenken en om te keren – maar niet heftig te schudden. Indien nodig moet de naald die gebruikt is voor het reconstitueren in de flacon blijven en de benodigde hoeveelheid oplossing moet worden opgetrokken met een nieuwe steriele naald die geschikt is voor injectie.
Gereconstitueerd XEOMEEN is een heldere kleurloze oplossing, vrij van deeltjes.
XEOMEEN mag niet gebruikt worden als de gereconstitueerde oplossing (bereid zoals hierboven) een troebel uitzicht heeft of vlokken of deeltjes bevat.
Mogelijke verdunningen worden in de volgende tabel aangegeven:


Toegevoegd oplosmiddel
(natriumchloride-oplossing voor injectie 9 mg/ml (0,9 %))
Resulterende dosis in eenheden per 0,1 ml
0,5 ml 1,0 ml 2,0 ml 4,0 ml 8,0 ml
20,0 E 10,0 E 5,0 E 2,5 E 1,25 E
Instructies voor het verwijderen
Elke oplossing voor injectie die gedurende langer dan 24 uur is bewaard en eventuele ongebruikte oplossing voor injectie moeten worden weggegooid.
Te volgen procedure voor het veilig verwijderen van injectieflacons, spuiten en gebruikte materialen Ongebruikte injectieflacons, restanten van gereconstitueerde oplossing in de injectieflacon en/of spuiten moeten worden geautoclaveerd. Als alternatief kan overgebleven XEOMEEN worden geïnactiveerd door het toevoegen van een van de volgende oplossingen: 70% ethanol, 50% isopropranolol, 0,1% SDS (anionisch detergent), verdunde natriumhydroxide oplossing (0,1 N NaOH) of verdunde natriumhypochloriet oplossing (tenminste 0,1% NaOCl).
Na inactivatie mogen gebruikte injectieflacons, spuiten en materialen niet leeggemaakt worden en dienen ze verwijderd te worden in aangepaste containers en overeenkomstig lokale voorschriften.
Aanbevelingen in het geval zich een incident voordoet tijdens de behandeling met Botulinum toxine
  • Gemorst product dient opgeveegd te worden: ofwel met absorberend materiaal dat doordrenkt is
    met een van de bovengenoemde oplossingen in geval van poeder, of met droog, absorberend
    materiaal in geval van gereconstitueerd product.
  • Gecontamineerde oppervlakken dienen gereinigd te worden met absorberend materiaal dat
    doordrenkt is met een van de bovengenoemde oplossingen en vervolgens gedroogd te worden.
  • Als een injectieflacon gebroken wordt, ga dan tewerk zoals hierboven beschreven door
    voorzichtig de stukken gebroken glas te verzamelen en het product op te vegen, waarbij snijden in
    de huid vermeden wordt.
  • Als product in contact komt met de huid, spoel dan het aangedane gebied overvloedig met water.
  • Als product in de ogen komt, spoel grondig met veel water of met een oogspoelmiddel.
  • Als product in contact komt met een wonde, een snede of beschadigde huid, spoel grondig met
    veel water en neem de gepaste medische maatregelen volgens de geïnjecteerde dosis. Deze instructies voor manipuleren en verwijderen, dienen nauwkeurig gevolgd te worden.